Asresten uit 1517 onder pand naast De Alkenaer

In de nieuwsbrief Erfgoed Alkmaar van Gemeente Alkmaar (editie april 2017) wordt melding gemaakt van een bijzondere vondst aan het Ritsevoort. In
november/december 2016 verrichten de gemeentelijke archeologen een opgraving
aan het Ritsevoort 38-40, op het vrijgekomen terrein tussen modehuis Köster en het
toenmalige antiquariaat De Alkenaer. Nu is op de locatie van het archeologisch
onderzoek E-bike Store Lovens gevestigd.

Aan het Ritsevoort waren meer opgravingen geweest, maar niet eerder kon worden gegraven tot aan
de straatkant. Al op 30 cm onder het straatniveau vonden de archeologen huisresten van rond 1500,
wat bevestigt dat op deze plek, zoals men al dacht, al eerder een voorstadje was ontstaan
buiten de Kennemerpoort; het Ritsevoort lijkt een buitenwijk avant la lettre te zijn geweest.
Archeologen troffen potscherven aan uit de Romeinse tijd (0-400 na Chr.), twee waterputten
en drie veertiende-eeuwse schoenafdrukken van iemand die destijds door de modder moet
zijn gelopen – in maat 33. Het aangetroffen aardewerk (waaronder een grote kleivloer van
een huis) duidt erop dat de eerste duidelijke huizenbouw aan de straatkant van na 1450 is.

Op de roodbruin verkleurde kleivloer vonden de archeologen een laag vette zwarte roet (een
brandlaag) met daarop een pakket oranje verbrande leem van ingestorte huiswanden.
Gezien de datering van het vondstmateriaal, hoogstwaarschijnlijk sporen die het verhaal
bevestigen van de brandstichting op het Ritsevoort in 1517 door Grote Pier en zijn bende.

Door Wytske Roodbergen

Grote Pier en de brand op het Ritsevoort

In de Langestraat, de belangrijkste winkelstraat in het centrum van Alkmaar, ligt sinds
november 2016 de ‘Walk of History’. Vijftig van onder aangelichte,
transparante tegels (40×40 cm, ontworpen door Pauline Bakker) liggen verzonken in
de Langestraat, en verbeelden stap voor stap de geschiedenis van Alkmaar. De
Historische Vereniging Alkmaar (HVA) kwam met thema’s en afbeeldingen. Aan de
orde komen onderwerpen als: het ontstaan van Alkmaar, Alkmaar in de
Middeleeuwen, kloosters en kerken, de Gouden Eeuw, en recenter, kunstenaars in
de 19 e eeuw, Alkmaar in oorlogstijd, immigranten en sterren van Alkmaar.

Grote Pier
De zevende tegel gaat over Grote Pier uit het Friese Kimswerd, bij Harlingen. Deze
reusachtige Pier Gerlofs Donius – Friezen noemen hem Grûtte Pier – stierf in 1520 in
Sneek. Waarschijnlijk werd hij in 1480 geboren, in Kimswerd. Zijn moeder was van
adel, zijn vader was een rijke boer die afstamde van ridders. Pier Gerlofs was een
enorme vent. Als volwassen man was hij meer dan twee meter lang – versies
variëren van 208-214 cm – , en beresterk. Hij had brede schouders en grote
koolzwarte ogen, en hoewel zijn manieren lomp en horkerig waren, had hij een groot
rechtvaardigheidsgevoel – volgens de bronnen. Hij boezemde mensen angst in, zelfs
als hij in een goede bui was. Grote Pier was een rijke, hardwerkende boer, net als
zijn vader. Hij had een eigen boerderij in Kimswerd, waar hij woonde met zijn vrouw
Rintze Syrtsema, dochtertje Wobble en zoontje Gerloff. Zijn kalme, hardwerkende
bestaan werd wreed verstoord toen hij alles wat hij had, verloor, en tegen wil en dank
de gewelddadige Friese vrijheidsstrijder werd die voor Friezen nog steeds symbool
staat voor de Friese vrijheidsdrang – mét een enorm slagzwaard dat geen normaal
mens zelfs maar op kan tillen. Laat staan dat je er vijf man mee onthoofdt. Het
vermeende zwaard van Grote Pier hangt in het Fries Museum in Leeuwarden.
Lengte: 216 cm, gewicht: 6,6 kilo. Uit onderzoek uit 2022 bleek dat het zwaard
inderdaad uit de tijd van grote Pier stamt, en daadwerkelijk is gebruikt.

Uit op wraak
Het dorpje Kinswerd werd in 1515 geplunderd en platgebrand door soldaten van de
graaf van Holland, tevens vorst van Saksen. Ook de boerderij van Grote Pier
brandde tot aan de grond af, zijn vrouw en zoontje kwamen om in de brand.
Dochtertje Wobble overleefde en werd door haar tante onder haar hoede genomen.
Grote Pier werd verteerd door verdriet en frustratie, en zinde op wraak. Hij steunde
het beleid van de machtige graaf van Gelderland, tégen de Saksen, die zijn hele
bezit hadden verwoest en verzamelde andere boze mannen om zich heen. Ze
kwamen vooral uit buurdorp Arum. De bende vechtersbazen rondom Grote Pier werd
daarom bekend als ‘Arums Zwarte Hoop’, of gewoon ‘De Zwarte Hoop’. En zo werd
boer Grote Pier zeeman, kapitein van talloze schepen. De graaf van Gelderland
moedigde Grote Pier aan om in Holland, aan de andere kant van de Zuiderzee, te

gaan plunderen en te kapen, en de vijand te verzwakken. Van de broederschap die
er eens was tussen de Friezen en de West-Friezen was niets meer over.

Alkmaar ingenomen
Meer en meer mannen sloten zich bij zijn beweging aan, en elk schip dat werd
gekaapt, werd ingezet voor de eigen missie. De vloot groeide snel tot zo’n 25
schepen. In 1517 voer Grote Pier naar Holland, zijn leger telde inmiddels zo’n 4000
man. Wraak was zijn hoofdmotief. Woede, frustratie en vergeldingsdrang drie
andere. Grote Pier had een grondige afkeer van alles wat niet-Fries was, zelfs zijn
eigen bemanning spaarde hij niet. Wie niet op de juiste manier kon zeggen: “Bûter,
brea en griene tsiis, wa’t dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries” wat zoveel betekent
als: “Boter, roggebrood en groene kaas, wie dat niet zeggen kan is geen oprechte
(ware) Fries” werd overboord gegooid. Eenmaal in Holland veroverde Grote Pier met
zijn Zwarte Hoop Medemblik, en legde de stad vervolgens in de as. Hoorn liet hij
links liggen. Na en passant de kastelen Nieuwburg en Middelburg, ten oosten van
het huidige Alkmaar, te hebben ingenomen, viel hij Alkmaar binnen. De stad lag er op
dat moment niet goed bij. Ze was verzwakt na de Kaas- en Broodopstand in 1492,
waarbij boze boeren uit West-Friesland en Kennemerland in opstand kwamen tegen
stadhouder Jan van Egmont. Deze voerde een belastingverhoging, er dreigden
voedselschaarste en honger. Inwoners van Haarlem, Hoorn en Alkmaar steunden de
boeren. Nadat de opstand na een jaar werd neergeslagen, werd Alkmaar zwaar
beboet; de stadspoorten en stadsmuren werden geslecht. Zodoende lag de stad er
open en onbeschermd bij toen Grote Pier en zijn mannen naderden – de stad was
onverdedigbaar. Voor Grote Pier een enorme meevaller, van binnendringen was voor
hem en zijn leger woestelingen in feite geen sprake.


Brand op het Ritsevoort
Zeven dagen lang plunderde Grote Pier alles systematisch leeg en bij zijn vertrek
stak hij een groot deel van de stad in brand. Ook het Ritsevoort. De meeste huizen
waren nog van hout, en honderden woningen en een meelmolen in de buurt van het
Ritsevoort gingen in vlammen op – onder het pand naast De Alkenaer, Ritsevoort 38,
werden bij recent bodemonderzoek asresten aangetroffen van de brand uit 1517 (zie
onder). Een groot deel van het waardevolle oude Alkmaarse stadsarchief ging door
vernielzucht verloren. In de burgemeesterskamer lag zoveel verscheurd papier, dat
men er tot halverwege de kuiten in wegzakte. Kort na de plundering mocht Alkmaar
zich weer gaan versterken. Pas rond 1551 was het werk klaar.

Door Wytske Roodbergen

Wie woonden en werkten er eerder in De Alkenaer?

De Alkenaer is een pand met een lange historie: de meeste delen van het voorhuis gaat terug tot 1892 en het achterhuis dateert vermoedelijk van voor 1672. Wat zegt het historisch kadaster over eerdere bewoners?

In 1832 wordt het pand voor het eerst kadastraal ingemeten en vastgelegd als
perceel nummer A1112. Eigenaar is Martinus Paleari, kleermaker te Alkmaar. In
1853 verkoopt Paleari het pand aan Bregtje Molenaar, winkelierster in houtvaten. Zij
verkoopt de zaak in 1880 aan Dirk Dam, landman en winkelier in houtwaren en
touwwerk. In 1885 koopt timmerman Jacob Kluft Jr. het pand. Hij laat het pand in
1886 splitsen en herbouwt in 1892 het voorhuis. Het achterhuis blijft bestaan.

Van 1911 tot 1948 is G.W. de Munk-Kuiper de eigenaar, schilder en behanger. Hij wijzigt
in 1930 de indeling van de eerste verdieping, en de zolder van het voorhuis. In 1948
wisselt het pand weer van eigenaar. Cor Coppens begint er een winkel in sanitaire
artikelen en vervangt de pui. In navolgende jaren worden meerdere wijzigingen
aangebracht. Zo wordt de achterzijde uitgebouwd in 1967, en rond 1975 wordt een
tegelvloer geplaatst in de winkel, en een systeemplafond. In het eerste kwart van de
eenentwintigste eeuw worden de ramen geïsoleerd, en de dakpannen vervangen. Van de daaropvolgende eigenaar die het pand in 2006 kocht – een vastgoedbelegger uit Alkmaar- neemt Vincent van de Vrede het pand in 2021 over.

Over de kleine kelder onder het pand is zo goed als niets bekend: dit wordt nog onderzocht als het voorste deel van de winkel wordt verbouwd.

In gesprek met Ilja Leonard Pfeijffer bij De Alkenaer

Op 17 september is Ilja Leonard Pfeijffer te gast bij De Alkenaer! In het kader van onze serie Verhalen van de Victorie is hij na Adriaan van Dis de volgende schrijver die in gesprek gaat over zijn eigen werk en thema’s die samenhangen met 450 jaar Alkmaars Ontzet.

Misschien heeft u het al gelezen – er was de laatste tijd veel aandacht voor, o.a. in NRC Handelsblad en Trouw- maar Ilja Leonard Pfeijffer publiceerde eind mei zijn nieuwe roman, Alkibiades. De in Genua woonachtige schrijver heeft al meerdere succesvolle werken op zijn naam, zoals La Superba waarmee hij in 2014 de Libris Literatuurprijs won en Grand Hotel Europa. Naast zijn schrijver- en dichterschap is Pfeijffer ook classicus, wat ook te zien is in zijn nieuwe werk. Deze roman is gebaseerd op een beroemd personage uit de Oudheid.

Benut een bijzondere kans om een van Nederlands meest gelezen auteurs te horen spreken en met hem in gesprek te gaan. Hieronder kunt u tickets bestellen.

Dit optreden wordt mede mogelijk gemaakt door Alkmaar 450 jaar ontzet.

 

 

 

 

Museum De Alkenaer – het begin

Vanaf september organiseren wij kleine tentoonstellingen met erfgoed (bodemvondsten, documenten en meer) uit voorbij eeuwen over hoe in het verleden werd gewerkt en geleefd in Alkmaar, met als vertrekpunt het Ritsevoort. Een vleugje museum dus bij De Alkenaer vanaf dit najaar! In aanloop hiernaar publiceert onze redactrice Wytske Roodbergen wekelijks artikelen over de bijzondere geschiedenis van Alkmaar. En we beginnen bij…

Het begin
Het samengestelde woonwinkelpand op Ritsevoort 34/36, de laatste decennia het vaste adres voor liefhebbers van antieke boeken, is een eeuwenoud pand van cultuurhistorische waarde. De geschiedenis is rijk en gevarieerd, en het pand wisselde talloze malen van eigenaar. De huidige eigenaar, Vincent van de Vrede, voegt daar met de ontwikkeling van antiquariaat De Alkenaer tot cultuurpodium, een nieuw hoofdstuk aan toe.

Het pand op Ritsevoort 34-36 staat sinds 1992 ingeschreven als gemeentelijk monument, als ‘Pand in neorenaissance stijl’ met monumentnummer 2615. In de loop der tijd werd het aangeduid met verschillende adressen: Wijk A-321, Ritsevoort 29-29A en Ritsevoort 44. Het pand is drie verdiepingen hoog, met een imposante gevel en authentieke houten winkelpui. Het bestaat uit een voor-  en een achterhuis, en een aangrenzende steeg aan de noordzijde. De bovenverdieping werd gebruikt als woonhuis. De huidige gevel dateert uit 1892 – het jaartal is ingemetseld in de bakstenen gevel. De huidige pui dateert uit 1948, blijkt uit gemeentedocumenten.

Ontstaansgeschiedenis
Alkmaar ontstond in de tiende eeuw, op de uitlopers van een lange strandwal. Gestaag breidt de nederzetting zich in de loop der eeuwen uit: dankzij de strategische ligging aan het water ontwikkelt Alkmaar zich tot handelscentrum. In de twaalfde eeuw begint men dijken aan te leggen, en als Alkmaar in 1254 stadsrechten verwerft, wordt gestart met het bouwen van vestingwerken. Al in de zestiende eeuw was de Ritsevoort een belangrijke straat, met aan beide zijden bebouwing. De weg liep van de Kennemerpoort, de stadspoort aan de westzijde van Alkmaar, in het verlengde van de Kennemerstraatweg, tot de Oudegracht. Dat is nu nog net zo. Alleen is de poort verdwenen, en lopen we de binnenstad nu via een brug over de Singel binnen. Nog steeds via de Ritsevoort, tegenwoordig een fijne winkelstraat. Al in de zestiende eeuw bood de Ritsevoort eenvoudig toegang tot de Grote Kerk, de diverse kloosters, de binnenstad en de markt. Logisch dus, dat de straat van oudsher een gewilde plek was. In 1573, toen de Spanjaarden tevergeefs probeerden Alkmaar in te nemen – dit jaar op 8 oktober exact 450 jaar geleden – lag de Ritsevoort net binnen de stadsmuren. Tot die tijd hield de stadsomwalling op bij de Lindegracht-Oudegracht. De Ritsevoort werd zo beschermd tegen de aanstormende Spanjaarden Percelen waren er diep, langgerekt en smal. Op een kaart uit 1670 is het pand op Ritsevoort 34-36 ingetekend als een tweelaags diephuis, met zadeldak dat haaks op de straat is georiënteerd. In de zestiende en zeventiende eeuw waren trapgevels in de mode, vanaf ca 1750 werd de halsgevel populair. Op een ansichtkaart uit ca. 1850 is te zien dat ‘ons’ pand een eenvoudige gemetselde klokgevel heeft – door de eeuwen heen veranderde het uiterlijk. Vlakbij het levendige buitenwijkje werd in 1769 een korenmolen gebouwd op de stadsomwalling, het bolwerk.

Bouwhistorische verkenning
Begin 2022 liet Vincent van de Vrede een bouwhistorische verkenning van het voorhuis uitvoeren door bouwkundig adviesbureau Finishing Dutch uit Alkmaar. Deze verkenning behelst een uitgebreid literatuuronderzoek en – voor zoverre mogelijk, en niet gehinderd door boekenkasten, systeemplafonds en voorzetwanden – een onderzoek in situ. Gemeente Alkmaar stelt een dergelijk onderzoek verplicht, in verband met mogelijke verbouwplannen. En hoe kostbaar en bewerkelijk ook, het levert waardevolle informatie op – en een helder overzicht van de bestaansgeschiedenis. Architect en onderzoeker ir. Gertrud Topper concludeert in het waardestellingsonderzoek dat de zijmuren van het hele pand, en de tussenwand op de eerste verdieping een hoge monumentwaarde hebben. De huidige winkelpui heeft slechts een positieve monumentwaarde.

Lisenen en segmentbogen
Topper beschrijft de gaaf bewaarde de symmetrische voorgevel als ‘een tweelaagse, afgeplatte getrapte topgevel waarvan de gemetselde gevel boven de pui is uitgevoerd in neorenaissancestijl’, een stijl die gangbaar was van 1875-1900. Toppers rapport staat vol bouwkundig en kunsthistorisch jargon, dat voor een leek klinkt als poëzie. Zo schrijft ze over mozaïek in ‘boogvelden’, over ‘klauwstukken’ en een ‘uitkragende erker’. Ze beschrijft ‘florale decoratie in hoog reliëf’, ‘geprofileerde consoles’, ‘aanzet- en sluitstenen’, en benoemt iets mysterieus als: ‘sluitstenen gedecoreerd met gebouchardeerd vlak’. Staand voor het pand van De Alkenaer, met de blik omhoog, is er na lezing zoveel meer te zien. Of beter: te benoemen: ineens kun je woorden geven aan wat je ziet. ‘Lisenen’, bijvoorbeeld, zijn de verticale, iets uitstekende stroken gemetseld baksteen die de ramen op de eerste verdieping flankeren. Ze hebben geen voet, geen kopstuk en geen bouwkundige functie; ze zijn puur bedoeld als decoratie. Op Ritsevoort 34-36 zijn er stenen met afbeeldingen van hoofdjes in reliëf in deze lisenen gemetseld. Ook aan beide zijden van het zolderraam bevinden zich lisenen. Hier vormt de bovenkant het sluitstuk van een segmentboog, en ‘ondersteunt’ zo de zolderverdieping. Typerend voor de gevel van De Alkenaer zijn de vier trapsgewijze geplaatste kegelvormige ornamenten – én de vaas bovenop. Ze zijn van beton. Dat deze relatief kwetsbare objecten na 130 jaar weer en wind, oorlog en bliksem nog intact zijn, is bijzonder. Over een pand met cultuurhistorische waarde is veel te vertellen, net als over de Ritsevoort. Verschillende historici hebben zich met dit onderwerp beziggehouden. In een volgend bericht laten we één van hen aan het woord – om te beginnen.

Reuring in De Alkenaer: met Maria Barnas, Koos Hagen, Jolies Heij en Frans Terken

Op zaterdag 1 juli staat er weer een mooi evenement van Reuring op het programma in De Alkenaer. Reuring is een sprankelend en eigenzinnig literair initiatief van schrijver Alja Spaan. Dit literair platform biedt maandelijks gratis een podium aan diverse dichters, schrijvers, musici en kunstenaars. Mis het niet wanneer de stadsdichter van Alkmaar, Maria Barnas, samen met de (oud) stadsdichter van Amstelveen, Koos Hagen, de Amsterdamse dichter Jolies Heij en Frans Terken uit Leiden het podium betreden.

Maria Barnas, bekend als stadsdichter van Alkmaar, weet niet alleen met haar gedichten diep te raken, maar heeft ook indrukwekkende romans en essays op haar naam staan. Koos Hagen, voormalig stadsdichter van Amstelveen, verwoordt op treffende wijze emoties en ervaringen in zijn toegankelijke en diepzinnige poëzie. Jolies Heij, een talentvolle dichteres uit Amsterdam, verkent in haar poëzie op indringende wijze persoonlijke en universele thema’s met een unieke schrijfstijl vol gevoeligheid en verbeelding. Frans Terken, afkomstig uit Leiden, weet op een bijzondere manier de schoonheid van alledaagse momenten en emoties te vangen met zijn beeldende en evocatieve gedichten. Laat je meevoeren door hun woorden en ontdek de kracht en magie van Nederlandse dichtkunst.

Reuring is een evenement voor iedereen!

De toegang is gratis, maar let op: het programma vindt plaats van 16.00 tot 17.30 uur. Consumpties zijn voor eigen rekening.

Voor meer informatie kun je terecht op de volgende websites:

Poster Reuring © Helle van Aardeberg
foto Jolies Heij © Jolies Heij

Reuring in De Alkenaer: Earial, Apollonia en Zoë Van de Kerkhof

Op 3 juni (tussen 14u – 15u) vindt er een bijzonder optreden plaats tijdens Reuring, een sprankelend en eigenwijs literair initiatief van schrijver Alja Spaan. Dit maandelijkse literaire platform biedt een podium aan diverse dichters, schrijvers, musici en kunstenaars.

Op deze specifieke dag zullen singer/songwriter Steven van der Steen en de stadsdichter van Leiden, Zoë van de Kerkhof, het publiek verrassen met hun talent.

Steven van der Steen (Earial) zal zijn eigen nummers ten gehore brengen. Hij weet met zijn muziek een breed publiek aan te spreken.

Apollonia (Lonneke van Heugten) is poëet-performer en dramaturg. Met de poenkband GALM is ze getransformeerd tot frontvrouw. Ze is te spotten in haar habitat, het culturele leven van Alkmaar, tot ver daarbuiten.

Daarnaast zal Zoë van de Kerkhof, de stadsdichter van Leiden, een inspirerende voordracht geven. Met haar woorden weet ze de essentie van het leven te vangen en deze op poëtische wijze te verwoorden. Ze neemt je mee op een reis door haar gedachten en laat je op een andere manier naar de wereld om je heen kijken.

Dit bijzondere optreden tijdens Reuring is gratis bij te wonen. Het belooft een middag vol creativiteit en verwondering te worden. Mis het niet!

Bezoek ons op Open Monumentendag

De Alkenaer is gevestigd in een gemeentelijk monument met een rijke historie. In september openen wij daarom onze deuren voor Open Monumentdag. Op 9 september kunt u onze tentoonstelling bezoeken over de geschiedenis van het Ritsevoort en Alkmaar, waarschijnlijk geopend door een rechtstreekse nazaat van de Friese krijgsheer Grote Pier, berucht om de grote brand die hij stichtte tijdens een plundertocht in 1517.

Het Open Monumentendagweekend is dit jaar op zaterdag 9 en zondag 10 september. Met een speciaal tintje, dit jaar. Want ook in het Open Monumentendagweekend staat ‘Alkmaar 450 jaar Ontzet’ centraal. Behalve dat er weer een heleboel monumenten gratis open gaan, kunt u dit weekend ook ervaren hoeveel er nog te zien is van wat er 450 jaar geleden allemaal in Alkmaar gebeurde.

Jouw evenement in De Alkenaer?

De Alkenaer is gevestigd in een monument dat teruggaat tot de zeventiende eeuw. Het sfeervolle zogeheten diephuis – een voorhuis en achterhuis aan elkaar – vertoont bouwelementen uit maar liefst vijf eeuwen, gelegen op een A-locatie in de binnenstad met de Grote Kerk op een steenworp afstand.

Op de begane grond strekt een winkel- en zaalruimte zich uit over een diepte van ongeveer 28 meter. De zaal (onze Salon) biedt een capaciteit voor ca. 80 personen en kan in overleg gehuurd worden om uw vergadering of evenement te houden. Ook zeer geschikt voor het vieren van een verjaardag, bruiloft of andere feestelijke gelegenheid.

Impressie van mogelijke zaalopstelling

Kies voor een originele, stijlvolle ambiance op een absolute toplocatie, aan wat voor velen de mooiste entree tot de Alkmaarse binnenstad is!

Verhuur is vanaf de zomer mogelijk. Voor meer informatie en reserveringen, kunt u contact met ons opnemen.

Impressie optreden Adriaan van Dis 

Tijdstip: een zonnige zondagmiddag, 16:00 uur. Locatie: De Alkenaer. Gelegenheid: een optreden van schrijver Adriaan van Dis. Na maanden hard werken is de zaal achter het antiquariaat van Jan Ooijevaar in een dusdanige staat dat er een bijeenkomst kon worden georganiseerd. Al is de verbouwing nog niet voltooid, en steken hier en daar elektradraden uit de wand en moet het plafond nog worden geschilderd, de beoogde intieme sfeer zit er al helemaal in. Hoge boekenkasten langs de wand, zwartwit foto’s, een groot podium, veel vrijwilligers, sympathieke mensen, interessante uitwisselingen en lekkere koffie met taart. Het culturele podium en leescafé dat men hier voor ogen heeft, zien we helemaal zitten.

Ritsevoort in de lift
De lezing van Van Dis is uitverkocht. Tachtig, negentig man komt eropaf, veelal Alkmaarders. Via de unieke entree van De Alkenaer – je loopt naar de zaal tussen tot de nok gevulde boekenrekken – bereiken bezoekers de zaal, waar gehuurde klapstoeltjes van ’t Hekeltje staan opgesteld. Het is een beetje improviseren, op termijn wordt het comfort groter, vanzelfsprekend. Vrijwilliger Fons heet bezoekers hartelijk welkom, twee andere vriendelijke vrijwilligers bemannen de bar. “De Alkenaer is een aanwinst voor de stad,” zegt een enthousiaste bezoekster, voor aanvang. Ze woont al jaren in Alkmaar en heeft de buurt zien veranderen. “Het Ritsevoort zit al een poos in de lift, met mooie nieuwe winkels en leuke initiatieven. Het is toch een beetje de P.C. Hooftstraat van Alkmaar. Een cultureel podium is de kers op de taart.”

Van Dis – omarm het ongemak
Tegen een achtergrond met daarop diagonaal het logo van De Alkenaer, gaat Bert de Raaf in gesprek met Adriaan van Dis. Jan Oyevaar houdt een inleiding. Het thema van de bijeenkomst, ‘Vrijheid’, krijgt vooral betekenis in relatie tot tegenhanger ‘Onvrijheid’. Van Dis spreekt over slavernij, erfschuld en slachtofferschap, en over klimaatverandering, immigratie en mondiale onzekerheid. Hij leest voor uit Indische duinen en benoemt het belang van literatuur. “Vrijheid is een lastig begrip,” zegt Van Dis. “Ik heb het liever over welwillendheid. Momenteel hebben we te maken met een veranderende wereld. De oude wereld verdwijnt en dat maakt onzeker en angstig, en boos. Dat is nodig; zonder radicaliteit geen verandering. Die verandering is onomkeerbaar, en onontkoombaar. Je móet erin mee, ermee leren omgaan. Het enige wat je kunt doen, is je zo goed mogelijk voorbereiden. Door je te informeren. Door te praten en je open te stellen voor beschadigde, gewonde anderen. Het beste wat je kunt doen, is het ongemak omarmen. En lezen. Want een boek harnast je voor het leven. 

Verplaatsingskunst
In onze snel veranderende wereld klinken steeds luider gekleurde stemmen. Denk aan de roep om spijtbetuigingen uit Suriname en Indonesië, en de Black Lives Matter-beweging. Die staat op de schouders van Mark Twain, de auteur die als eerste een zwarte hoofdpersoon opvoerde. Literatuur kan de wereld veranderen. De ‘blanke’ Westerse literatuur krijgt meer kleur nu we ook kennis nemen van Indiase schrijvers als Amitav Gosh, met zijn roman De vloek van de nootmuskaat. Of Wij slaven van Suriname van de Surinaamse auteur Anton De Kom. Het koloniale verleden laat zich horen, en dat wekt vragen op over de Nederlandse identiteit, om herijking. “Alles draait om begrip,” meent Van Dis. “Slavernij maakt onzeker, nabestaanden zijn erfelijk belast met de vernederingen. Ze zijn woedend, uit op wraak.” Van Dis verzet zich tegen slachtofferschap. “Het gaat over zelfrespect. Dat moet ieder voor zich doen.” Al jarenlang bezoekt Van Dis scholen om met leerlingen te praten over boeken. Hij leert ze dat je je wereld groter kunt maken met een boek. “Geen medium zo geschikt om je inlevingsvermogen te vergroten, en je blik op de wereld te verruimen. Je leert je in een ander te verplaatsen, en hem of haar te begrijpen. ‘Verplaatsingskunst’, noem ik dat.”

Vragen
Na de pauze beantwoordt Van Dis vragen uit het publiek. Over de bredere rol van spiritualiteit, over wat hij vindt van het werk van Hella Haasse – ‘saai!’ – , over hoe hij terugkijkt op een oud interview met W.F. Hermans – ‘We hebben het nadien meteen bijgelegd’–, over ChatGTP – ‘Interessant instrument voor taalanalyse’ – en over de kwestie of je iemand mag vragen waar hij of zij vandaan komt. “Het gaat om de intentie. Warme betrokkenheid is altijd goed. Probeer je ook te realiseren dat diegene die vraag misschien wel zes keer per dag krijgt. En dat dat vermoeiend is. En best lastig.” Op de vraag of Van Dis zich na al zijn omzwervingen thuis voelt in Nederland, antwoordt hij: “Ik voel me thuis in de taal. En ja, dit is mijn land.” En of hij een geëngageerde schrijver is? “Een schrijver heeft maar een taak: goede zinnen schrijven.” 

Na een boeiende, leerzame middag bedankt De Raaf Adriaan van Dis, en sluit af met de toepasselijke woorden: “Zeg het voort en voel u welkom!”

Door: Wytske Roodbergen