Piano als nieuw pronkstuk in onze zaal

De Alkenaer heeft een prachtige nieuwe aanwinst die een wel heel bijzondere reis heeft afgelegd. Het betreft een prachtige zwarte Bechstein-vleugel uit 1919, gekenmerkt door een sierlijk ontwerp en fraaie lessenaar. Twaalf jaar geleden is het volledig gereviseerd en vernieuwd.


De verhuizing van deze piano was een opmerkelijke gebeurtenis: hij moest namelijk met een kraan worden verplaatst over een woongebouw heen – vandaar de foto! Nu schittert dit nieuwe pronkstuk in onze zaal waar het een vleugje klasse toevoegt aan de sfeer. De veelzijdigheid van de Bechstein-vleugel komt volledig tot zijn recht tijdens optredens in De Alkenaer. Of het nu gaat om klassieke stukken, jazz of eigentijdse muziek: de warme, karakteristieke klank van deze vleugel past erbij. En al prijkt er “Bösendorfer” op de reiskoffer van pianotransporteur Obbo Spanjaard, het instrument is toch echt een authentieke Bechstein.

Groots Alkmaar TV in De Alkenaer!

In een recente televisie-uitzending van Groots Alkmaar TV waren o.a. Simone van der Vlugt, Anneke Schotten, Nanette Hartland te gast bij Stichting Cultuurpodium De Alkenaer! Presentator Hugo Koeman en interviewer Tineke Feijen presenteerden deze aflevering met als thema ‘literatuur’. Eigenaar en bestuurslid Vincent van de Vrede sprak over de ambitieuze plannen die de stichting koestert voor de toekomst en gaf een inkijkje over de rol van de stichting als een vooraanstaand cultureel bastion in Alkmaar.

Ook in de uitzending, Hans Mathot die zich op een zoektocht heeft begeven naar de verhalen achter de kleine boekenkastjes die her en der in Alkmaarse voortuinen prijken. Daarnaast brengt Lana Zymina ons naar Oekraïne, waar ze onlangs na twee jaar terugkeerde. Ze gaat in gesprek met een senior over diens liefde voor lezen en literatuur.

Hugo voert een tafelgesprek met drie Alkmaarse boekhandelaren: Anneke Schotten, Nanette Hartland en Jan Oijevaar (eigenaar antiquariaat van De Alkenaer). Hierbij wordt dieper ingegaan op de leesgewoonten van Alkmaarders en de rol van boekhandels daarin.

‘In de Minuut Van’ vertelt Annette den Draak over de diverse leeskringen, terwijl Anneke Goddijn een inkijkje geeft in het Alkmaars Dichtersgilde. Tot slot een gedicht van Jan Bosman, de huisdichter van Groots Alkmaar.

Tafelgesprek met drie Alkmaarse boekhandelaren

Mis deze aflevering van Groots Alkmaar TV niet, vanaf 1 oktober te bekijken via deze link of via Alkmaar Centraal.

In gesprek met Jan Oijevaar

Antiquariaat De Alkenaer overleeft in Alkmaar: eigenaar Jan Oijevaar vertelt hoe.

Het antiquariaat is vrijwel volledig uit ons straatbeeld verdwenen. Want wat was dat ook alweer? Een boekwinkel speciaal voor tweedehands boeken -in veel gevallen zelfs derde óf vierdehands- waar  over de meest uiteenlopende onderwerpen wat te vinden valt. Op het Ritsevoort in Alkmaar zit er nog een: De Alkenaer. Wij spraken de eigenaar, Jan Oijevaar (83). 

Het is druk op het Ritsevoort, mensen zitten op zo’n zonnige vrijdagmiddag als deze graag op een bankje, of op het terras van restaurant Abby’s ertegenover. Maar ik moet twee huizen verderop zijn, bij het pandje dat aan de jaartalsteen te zien uit 1892 stamt. Terwijl ik hier op af stap spot ik meneer Oijevaar, die nog even de laatste klanten van de dag afhandelt. “Neem vooral ook de flyer mee” zegt hij hen bij vertrek. Pas daarna stap ik binnen: Er is door het immense aantal boeken in de winkel geen ruimte voor meer dan twee in het openingspaadje. 

Meneer Oijevaar in De Alkenaer.

  

Cultuurcentrum de Alkenaer. 

En vroeger was dat nog veel erger, zo vertelde hij mij dat. “Ik had ook een hele opslag op verschillende  plekken in de stad, allemaal voorbij. Ik had daar nog een schuur. Voorbij. Ik heb dus van die laatste zeven  jaar misschien meer dan 50.000 boeken weggegooid. En weggedaan.” De boosdoener? Naast de “boekwinkeltjes of boekenstandjes op de hoek van de straat” en het “kringloop-gedoe” voornamelijk het  internet, volgens Oijevaar. Het grote aanbod tweedehands boeken dat hierbij opkwam gaf  verschrikkelijke concurrentie, waardoor het aantal antiquariaten in Alkmaar kromp van vijf tot slechts  één. Zelf spreekt hij daar overigens vrij nuchter over: het gedrag van de mensen verandert en in  bepaalde gevallen zijn er gewoon dingen die verdwijnen. Dan heb je soms een kleine groep die dat  jammer vindt. Op de vraag of hij daar zelf toe behoort, antwoordde hij noch ontkennend noch instemmend en bestempelde het als keuze van onze maatschappij.  

Toch gaf ook hij toe dat er bepaalde dingen, zowel letterlijk de boeken, als figuurlijk in de taal daarmee verloren dreigen te gaan. Op ieder gebied had hij lectuur: van wielrennen tot esoterie. Bij hem konden mensen dingen vinden, bijvoorbeeld theologie, waar de meeste tweedehands boekenwinkels of niks van af weten, of niks van hebben. “En in die zin had ik wel goede klanten op dat soort fronten. Dat gaf leuke klanten en leuke omzet, maar dat is nu te veel. Vandaar dat ik door de  veranderingen ook van alles en nog wat heb weg moeten doen.” De veranderingen waarover hij spreekt zijn de nieuwe cultuurplannen van voorzitter van Cultuurpodium De Alkenaer en ondernemer Vincent van de Vrede. Van de Vrede was ooit als student hulp in De Alkenaer bij Oijevaar, en heeft het nu gered, nadat het dreigde te verdwijnen. “De vorige eigenaar keek alleen naar geld, heeft het gebouw ook heel slecht onderhouden; ik moest dus stoppen, had ik ook wel ongeveer met hem afgesproken.” Maar op het laatste moment werd er dus toch besloten het pand te verkopen. Koper: Vincent van de Vrede, die “duidelijk deze culturele plannen heeft waar mijn boekwinkel dus bij door kan gaan. Maar in wel wat… duidelijker vorm. Niet zo massaal als nu.”. 

De verbouwing achter in De Alkenaer.

Duidelijker vorm dus. Volgens de website: De bedoeling is om in de zomer van 2023 de deuren te openen  van De Alkenaer nieuwe stijl. Het blijft een antiquariaat, maar wordt nog zoveel meer: er komt horeca in  de vorm van een leescafé. En in de Salon achterin, met plaats voor ca. 80 mensen, zullen allerlei  activiteiten op het gebied van cultuur, muziek, kunst, debat en lezingen worden georganiseerd. De  bezoekers van de Alkenaer konden bijvoorbeeld in de week voorafgaand al genieten van een lezing  “Vrijheid” van Adriaan van Dis, en kunnen over een paar weken Zoë van de Kerkhof horen. Toch heeft  meneer Oijevaar het er enigszins moeilijk mee. “En ook wel, confronterend dat je zoveel hebt en dat er  zoveel… te veel is.” Ooit is hij immers het antiquariaat begonnen uit liefde voor geschiedenis en  Nederlands. Na uitgekeken te zijn op het welzijnswerk, wat hij ervoor lange tijd had gedaan (“een studie  An-dra-go-lo-gie”, “VO”, “supervisorwerk”), kocht hij een pandje, een ander dan deze, en begon een  antiquariaat. Dat groeide vrij snel uit tot een grote winkel. Pas vijf jaar later kocht hij De Alkenaer, die hij  noemde naar de moerasvogel de Alk, zoals dat ook is gedaan bij Alkmaar. 

Het boek als wegwerpartikel. 

Maar dat moet dus allemaal wat minder. Oijevaar vervolgt: “De markt is overvoerd met boeken. En zeker  met tweedehands boeken. En het klinkt een beetje heel verdrietig, maar het boek is een wegwerkartikel  geworden.” Een wegwerpartikel?” “Ja, een wegwerpartikel. Ga maar door de straten fietsen in de  huizen, je ziet nergens meer een boekenkast staan.” Na mijn tegengesputter –wij hebben nog een grote  boekenkast thuis- past hij dit aan: “Bijna nergens. In die zin is het niet een leuk ding, voor de mensen. En  is het gauw te veel. En jij en ik zijn ouderwets dat wij boeken nog zo leuk en belangrijk vinden.” 

Denkt u dat we daar zo alleen in zijn? vraag ik hem, halflachend. Maar hij gaat verder: “Nou, massaal gezien wel. Ik bedoel in het geheel gezien wel. Je moet wel oppassen dat je… Je behoort gelukkig tot de… Tot een elite. En dat moet je ook helemaal niet erg vinden. En dat vindt de massa wel erg dat je dat je elite bent, maar je bent het gewoon.” Na het zien van mijn ongemakkelijkheid bij het gebruik van het woord “elite” legde hij verder uit dat hij “elite” als een neutraal begrip ziet, een selecte groep mensen.  Arrogantie of andere slechte eigenschappen staan daar los van. 

Het is juist jammer, dat niet meer mensen tot die “elite” toebehoren, zodat je het geen elite meer zou kunnen noemen. Boeken lezen heeft namelijk veel voordelen waar de jeugd van zou -en mensen in het algemeen van zouden- kunnen profiteren: “het argumenteren zonder drogredenen, zonder van de hak op de tak springen, een beetje luisteren, een beetje doorgaan op het onderwerp en in staat zijn om een tweede vraag te stellen. Ja dat heeft allemaal wel te maken met de aandacht voor elkaar maar ook voor de taal en het lezen.” Wel geeft hij toe dat, alhoewel de nieuwe boekwinkel “een feest om te zien” is en je daar de prachtigste uitgaves kan vinden, “je op dat moment (red. In de nieuwe boekenwinkel) er wel 10, 20 euro voor over moet hebben. En dat is moeilijk voor jongeren”. 

“Ik heb gewoon met ze gepraat”. 

Ook over de verliezen in de taal was hij te spreken.
Als mensen rare dingen zeggen, valt dat me op.” Een vraag om een voorbeeld leverde een wedervraag op: “Weet jij bijvoorbeeld het verschil tussen omdat en doordat?”. Een diepe zucht en een enigszins correcte uitleg van mijn kant later (“Doordat het regent, worden de boeken nat.”), beweert hij, als een échte docent Nederlands, er hiervan wel honderd te hebben en dat dat nog wel eens zijn dood zou kunnen worden. Direct daarna kwam de relativering: er  kan natuurlijk ook sprake zijn van ontwikkeling, in plaats van verbastering, wij spreken nu ook heel  anders dan mensen uit de 17e eeuw. Het gaat hem meer om de essentiële dingen (lees hier: in ieder  geval het verschil tussen omdat en doordat). Vaak wordt zo’n betoog direct gevolgd door een verhaal  over: de verengelsing van de taal (“Er zijn aardig wat mensen die een thriller makkelijker of liever lezen in  het Engels dan in de vertaling.”) of de verslavende invloed van het internet (“Kijk ik ben zelf ouderwets,  maar ik ben ook historicus dus ik weet ook wel dat mensen die denken dat vroeger alles beter was, een  slecht geheugen hebben, en dat heb ik niet. Het is gewoon de ontwikkeling.”), maar Oijevaar zegt nog iets anders: mensen praten niet meer gewoon met hun kinderen.

Ik heb vier dochters en ik heb gewoon met ze gepraat. Als ze dan bijvoorbeeld drie zijn dan  praat ik gewoon met ze en dat betekent dat ze de helft niet begrijpen, behalve de derde keer, dan  begrijpen ze het wel.”

Want het klonk misschien best een beetje vervelend, maar hij merkt dat als hij  tegenwoordig een vrouw en een man van dertig ziet, die niet normaal met hun kinderen praten. “Kijk het woord desalniettemin, daar heb ik het niet over. Maar dat gebruikte ik gewoon. Dat is niet helemaal  gewoon, laat ik het zo zeggen, maar dat is een leuk woord. En niettegenstaande vind ik een leuk woord. Nou gebruik het maar eens en zij weten het na twee keer. En ze hoeven het niet zelf te gaan gebruiken, mag wel.”  

9/10 ijs, 1/10 een boek. 

Een vrijwilliger, een grote stapel dozen vastklemmend, stoort ons. Of hij even naar achter in de winkel  kan. Want dat is waar vrijwilligers hard werken aan het nieuwe centrum, dat al aardig vorm neemt. De  verbouwing draait grotendeels op vrijwilligers, vertelt Oijevaar me, maar voor het antiquariaat zelf is  minder interesse. “De helft van de vrijwilligers viel af”. Volgens Oijevaar door de aard van de winkel.

Die is te ingewikkeld voor de meesten. Ik weet hier alles, niet alleen van de winkel, maar ook van kunst,  konijnen, Visser, theologie, mythologie en van de klassieken. Het is niet alleen abc, het is ook veel meer.”  

Hij beweerde niet dat iedere vrijwilliger op zijn minst een doctoraat in de geschiedenis zou moeten  hebben voor die dat zou kunnen, maar je moet op zijn minst wel “Weten dat Mozart er eerder was dan Napoleon” of dat “Willem I iemand anders is dan Willem van Oranje”. En dat bleek toch nog een  uitdaging. Wel lukte dat bij Colette in Den Haag, wist hij. Daar kon het antiquariaat in huidige vorm door  blijven bestaan, zonder nieuwe cultuurplannen of inkrimpingen. Een beetje jaloers was hij wel, maar hij  zag ook in dat “dat mij niet overkomen is. Dat komt misschien ook door de aard van de winkel of door  het feit dat ik een eigenzinnig mens ben en het graag op mezelf doe”. Toch zwichtte ook hij uiteindelijk voor het kapitalistisch systeem: “met huur en met belasting en met btw en met dit en met dat.” Want  die belangstelling voor het antiquariaat is wel leuk, maar ondertussen nemen negen van de tien een ijsje, en een van de tien een boek. Een ijscowinkel zou het tienmaal beter doen. Toch blijft De Alkenaer dus bestaan, al is het in een nieuw jasje.

Interview en tekst door: Floor Belt.

Ansichtkaarten van filosofen: Verrijk je geest en steun De Alkenaer!

Ontdek de fascinerende wereld van de filosofie met onze unieke ansichtkaarten van filosofen uit de collectie De Alkenaer. Als je geïnteresseerd bent in het verkennen van de gedachten en ideeën van grote denkers, zijn deze ansichtkaarten een absolute must-have.

Elke ansichtkaart is prachtig vormgegeven en bevat een afbeelding van een beroemde filosoof uit de geschiedenis. Van Hume tot Nussbaum, van Socrates tot Wollstonecraft, onze collectie ansichtkaarten omvat een breed scala aan invloedrijke denkers die de wereld van de filosofie hebben gevormd.

Door het kopen van deze ansichtkaarten ondersteun je niet alleen je eigen interesse in de filosofie, maar draag je ook bij aan de Stichting Cultuurpodium De Alkenaer. Onze stichting zet zich in voor het bevorderen van cultuur en het organiseren van bijzondere evenementen.

Een uniek cadeau voor een filosofie-liefhebber, onze ansichtkaarten van filosofen bieden een prachtige manier om je liefde voor de filosofie te uiten.

Bestel hier nu je ansichtkaarten van filosofen uit de collectie De Alkenaer en neem deel aan de rijke en boeiende wereld van de filosofie. Samen kunnen we cultuur en filosofie blijven ondersteunen en bevorderen.

Ansichtkaarten van klassieke schrijvers

Net uitgepakt, vers van de pers: een bijzondere serie ansichtkaarten van De Alkenaer! Speciaal voor de winkel hebben we tien ansichtkaarten ontwikkeld van klassieke Nederlandse schrijvers met een quote uit hun werk. 

We hebben onder meer kaarten van Louis Couperus, Paul van Ostaijen, Carry van Bruggen, Frederik van Eeden, Hendrik Marsman, Willem Kloos, Herman Gorter en Willem Elsschot. 

Binnenkort kunt u ze in de (web)winkel bewonderen (en kopen mag uiteraard ook!)

Van wie is deze filmrol die wij in de bouw vonden?

Tijdens het opruimen van de oude keuken in De Alkenaer viel er ineens een 8-mm-film van achter een voorzetwand op de grond. Zowaar een prehistorische vondst in ons moderne digitale tijdperk! Omdat het achter een voorzetwand vandaan kwam die al tientallen jaren er gestaan moet hebben, was wel duidelijk dat dit van oud-bewoners van het pand moest zijn. Voorzichtig de filmrol tegen het licht houdende was toch maar lastig te zien wat er op stond…Dus op zoek naar een bedrijf dat oude films ontwikkelt. Daar waren we net op tijd kennelijk, want ze namen alleen ons nog aan als klant. 

De tegeltjes, die er tot voor kort ook nog in de oude keuken van De Alkenaer zaten

Na enkele weken geduldig wachten, kwam het verlossende antwoord: het ontwikkelen was gelukt en toonde een huiselijk tafereeltje van een jong gezin met baby, gevolgd door opnames bij de bouw van een (ander) huis. Helaas weinig te zien van De Alkenaer zelf, maar wél op de achtergrond de zo karakteristieke markante tegeltjes die er tot voor kort nog zaten!

Qua datering moet dit filmpje eind jaren zestig zijn gemaakt. We zouden de film graag geven aan de familie die hier toen woonden, dus als iemand denkt: dat moeten wij zijn geweest, laat het ons weten. 

Het krochtje

Aan hoe mijn liefde voor boeken is ontstaan, wijd ik een miniserie de komende weken.

Vandaag breng ik een korte ode aan een bijzondere boekenschatkamer, die voor mij altijd bekend zal staan als ‘het krochtje’, al bestaat het al lang niet meer. Ik was net veertien en kwam graag bij mijn oom Erik, die al zijn hele leven aan de Laan van Meerdervoort woonde. Bovenin het herenhuis was zijn werkkamer, waar we soms thee dronken. Het was een tot de verbeelding sprekende plek uit een lang vervlogen Den Haag: overal boeken, waar je maar keek, zorgvuldig geconserveerd. In het midden een antiek bureau met stapels boeken en paperassen. Foto’s uit voor mij toen oeroude tijden, zoals van een oom van mijn oom, die begin twintigste eeuw archeoloog was en trots bij de Vesuvius stond – en die een flamboyante hoofdrol vervulde in de verhalen van mijn oom. Een soort Indiana Jones avant-la-lettre met grote kennis over de Oudheid. Het licht betrad hier maar spaarzaam de ruimte, deze herenkamer die tientallen jaren onveranderd leek was welhaast een privémuseum, temeer omdat mijn oom bijzonder netjes met zijn boeken omging.

Oom Erik had zoveel boeken, dat hij met mijn tante de afspraak had om niet meer dan een meter nieuwe boeken per jaar te kopen, simpelweg omdat dit niet meer in het huis paste. Dat werd natuurlijk niet nagemeten, het ging meer om het idee. Overal waar je keek waren boeken, een paradijs natuurlijk! Ik ging dikwijls mee met hem op boekenjacht. Dat deden we enkele keren per jaar in de Kloosterkerk, waar een boekenmarkt werd gehouden.

Maar er was nog een bijzonder plekje waar we kwamen en dat ik door oom Erik leerde kennen. Dat was Antiquariaat Leest aan de Frederik Hendriklaan in Den Haag (kortom “de Fred” voor Hagenaars). Het werd ‘t eerste antiquariaat waar ik geregeld kwam als tiener en waar ik mijn zakgeld aan boeken besteedde. Maar Leest had ook een kleine kelderruimte die vol met boeken stond. En die leerde ik pas kennen door een Sinterklaasgedicht van mijn oom, dat als volgt ging:

Sinterklaas maakte een tochtje,

Naar een hulkje, naar een krochtje,

Langs een trapje, langs een bochtje,

Kwam hij onderin het krochtje…

Het krochtje als term voor een verborgen boekenschatkamer was geboren! En niet alleen het boek dat bij dit Sinterklaasgedicht hoorde, kwam er vandaan, maar vele andere ook werden opgediept uit die kelder. Mijn oom en ik wisten er altijd wel voor ons mooie boeken te vinden en wat het extra de moeite waard maakte, leek wel die bochtige trap die je af moest, uitkijkend niet te vallen, helemaal naar beneden…alsof die fysieke inspanning die gedolven schatten waardevoller maakte dan wanneer je ze buiten uit de 1-euro-bak had meegenomen.

Hoe internet het antiquariaat veranderde

Zo midden jaren negentig ging Antiqbook.nl online, een van de eerste sites waarop je via internet tweedehands en antiquarische boeken kon kopen. Oprichter Piet Wesselman – helaas alweer enkele jaren overleden- vertelde vroeger weleens hoe snel het in het begin liep: er waren nog maar weinig antiquaren online en de boeken gingen als warme broodjes over de toonbank.

In de loop der jaren ontdekte een groeiende groep boekenliefhebbers internet als kanaal om hun boeken te kopen en sinds de komst van Boekwinkeltjes begin jaren 2000, ook te verkopen. Aanvankelijk werd Boekwinkeltjes nog meewarig aangekeken door de meeste antiquaren: die naam, dat klonk toch niet serieus? Maar de omzet loog niet, en uiteindelijk gingen de meeste overstag. Vooraanstaande antiquaren deden dat eerst nog onder een schuilnaam, tot de site helemaal ingeburgerd was en het voor vele boekenliefhebbers fijne en onmisbare portaal werd voor tweedehands boeken.

Maar ergens rond 2007 – als ik het me goed herinner- begon ook Bol.com met de verkoop van tweedehands boeken. De Alkenaer hoorde tot het eerste handjevol antiquariaten dat werd gevraagd te pionieren, wat we deden. Het verkocht aanvankelijk goed, tot steeds meer handelaren aansloten en er meer concurrentie kwam. En een nieuwe ontwikkeling deed zich voor. Zo vanaf 2012 begon Catawiki met online boekenveilingen: ook dat schudde het antiquarische boekenlandschap flink op. Toen wij in ons blad Boekenpost de eerste advertenties voor Catawiki plaatsten, konden we niet bevroeden hoe groot dit platform zou worden.

Vandaag de dag is er een breed online aanbod aan tweedehands boeken – los van de hierboven genoemde kanalen wordt er ook veel aangeboden via bijvoorbeeld Marktplaats. Bijna dertig jaar verkoop van tweedehands boeken online heeft een enorme impact gehad op het antiquariaat. Allereerst voor de fysieke winkels: die zijn door de jaren heen sterk in aantal afgenomen, omdat er veel meer online te koop was. Winkels sloten of gingen online door. Het winkelbezoek nam af, in navolging van een brede trend in de retail.

Verder had het ook gevolgen voor het prijsbeleid: nu veel makkelijker in te schatten was wat een boek in de markt opbrengt, trad een nivellerend effect op voor de meer voorkomende boeken en een misschien wel prijsopdrijvende trend voor de echt zeldzame boeken en unica. Alhoewel die vaak toch al via het veilingwezen werden verkocht, waar prijzen meestal goed werden gedocumenteerd.

De opkomst van kringloopwinkels vormden overigens ook een bepaalde concurrentie: hier worden de boeken vaak goedkoper aangeboden dan in de nog weinige resterende antiquariaten. Ook de boekmarkten en beurzen staan al jaren onder druk. Dat merkte ik in de laatste jaren als voorzitter van de Bond van Handelaren in Oude Boeken (BOB).

Twintig jaar geleden waren er nog iets van vijf, zes fysieke winkels in Alkmaar voor tweedehands boeken. Anno 2023 is De Alkenaer de enige nog met een open winkel, toch een treurige trend. Het internet is een onmisbaar onderdeel van de omzet geworden. Benieuwd wat de toekomst zal brengen – voorlopig hopen we nog lang door te kunnen gaan!

Vincent van de Vrede

De gemiste kans

Antiquaar Jan Oyevaar zag unieke kunstserie in de container verdwijnen.
‘Zulke mooie nummers zomaar weggegooid. Dat is het ergste’.

Voor veel liefhebbers van bouwkunde is de tijdschriftenserie Wendingen een begrip. Deze verscheen van 1918 tot 1931 en vormde een belangrijk podium voor de Amsterdamse school, een beroemde stroming in kunst en architectuur uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Veel van de 118 nummers die verschenen zijn, vormen gewilde verzamelobjecten. Voor antiquaar Jan Oyevaar (84) was het dan ook even slikken toen hij op een haar na een vrijwel complete set misliep…

Het is alweer een aantal jaar geleden. Er loopt een kennis mijn winkel binnen en zegt: “Jan, ik heb misschien iets voor jou! Verderop staat een container bij een huis en daar liggen tientallen nummers van het blad Wendingen in. Ze zien er nog gaaf uit en lijken wel zo uit de kast geplukt en in de bak gegooid. Ze zijn daar nog volop bezig met het huis uitruimen en dit ligt zomaar in de bak. Misschien iets voor jou?” Ik vroeg wat door en het bleek te gaan om een van de duurdere buurten van Alkmaar, waar men een groot huis aan het leegruimen was. Bij het horen van de naam Wendingen ging er meteen een belletje rinkelen bij mij, maar de winkel was vol en ik kon niet meteen weg. De kennis was op doortocht naar het station en kon ook niet even terug om ze uit de container te vissen voor mij. Een uur of anderhalf later lukte het me om even weg te glippen en ik sprong op de fiets. Ach, dat zal wel zo’n vaart niet lopen, dacht ik. Om zo’n container op te takelen en weg te rijden, daar is een vrachtwagen wel even mee bezig. En die zou vast pas de volgende dag komen. Nou, mooi niet. Ik kwam aan bij het huis en daar stond een volledig lege container. Kennelijk was dus in de tussentijd net de oude weggebracht en een nieuwe neergezet. Men was volop bezig bij het huis, dat van een architect bleek te zijn geweest.

Toen ik terug naar de winkel fietste, had ik toch wel even zo’n gevoel van: hè, balen! Achteraf denk je natuurlijk bij jezelf, was ik er maar meteen heen gegaan.
De kennis beschreef het in feite als een gave en complete set, al weet je nooit of dat ook zo was. Het waren er in elk geval veel en het heeft er alle schijn van dat ze zo uit de kast in de bak gekieperd zijn, terwijl de opruimers van het huis geen benul hebben gehad van de waarde. Ze zullen het wel voor oud papier hebben aangezien. Een enkele keer heb ik een nummer van Wendingen in mijn winkel gehad. Altijd weer goed verkocht. Het is een serie die veel heeft betekend voor de Nederlandse kunst en architectuur.
Veel beroemde en opkomende kunstenaars en architecten maakten er hun opwachting in. Namen als Jan Toorop, Hildo Krop, Jan Sluijters, Henk Berlage, John Rädecker komen

bij me op. En wat Wendingen zo geliefd maakte, waren ongetwijfeld de geweldige covers. Elke editie had een uniek ontwerp.


Toen de kennis later weer langsreed bij de winkel, hebben we er onder het genot van een kopje koffie nog wel even over kunnen lachen. “Zul je net zien”, verzuchtte hij. “Hoe is het mogelijk dat die container nét op dat moment meegenomen werd!” Ach ja. Het is gebeurd. Het idee dat zulke mooie tijdschriften zomaar weggegooid zijn, dat is wel het ergste. Misschien nog meer dan dat ik zelf mooie handelswaar ben misgelopen. Maar dat hoort nu eenmaal bij het vak en het leven!’

Wendingen, een legendarische serie
Veel bekende kunstenaars en architecten maakten hun opwachting in Wendingen.

Sommige nummers zijn helemaal aan één onderwerp gewijd en zijn zodoende echte collector’s items geworden. Zoals nummers 11 en 12 uit 1920, die geheel

gewijd zijn aan het ontwerp dat architect Berlage maakte voor het Gemeentemuseum in Den

Haag. Er komen nog veel losse nummers voor in de handel, maar een complete set is vrij

zeldzaam en kan zomaar 30.000 euro opbrengen. Laat staan dat u deze zomaar in een container ziet liggen…