De gemiste kans

Antiquaar Jan Oyevaar zag unieke kunstserie in de container verdwijnen.
‘Zulke mooie nummers zomaar weggegooid. Dat is het ergste’.

Voor veel liefhebbers van bouwkunde is de tijdschriftenserie Wendingen een begrip. Deze verscheen van 1918 tot 1931 en vormde een belangrijk podium voor de Amsterdamse school, een beroemde stroming in kunst en architectuur uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Veel van de 118 nummers die verschenen zijn, vormen gewilde verzamelobjecten. Voor antiquaar Jan Oyevaar (84) was het dan ook even slikken toen hij op een haar na een vrijwel complete set misliep…

Het is alweer een aantal jaar geleden. Er loopt een kennis mijn winkel binnen en zegt: “Jan, ik heb misschien iets voor jou! Verderop staat een container bij een huis en daar liggen tientallen nummers van het blad Wendingen in. Ze zien er nog gaaf uit en lijken wel zo uit de kast geplukt en in de bak gegooid. Ze zijn daar nog volop bezig met het huis uitruimen en dit ligt zomaar in de bak. Misschien iets voor jou?” Ik vroeg wat door en het bleek te gaan om een van de duurdere buurten van Alkmaar, waar men een groot huis aan het leegruimen was. Bij het horen van de naam Wendingen ging er meteen een belletje rinkelen bij mij, maar de winkel was vol en ik kon niet meteen weg. De kennis was op doortocht naar het station en kon ook niet even terug om ze uit de container te vissen voor mij. Een uur of anderhalf later lukte het me om even weg te glippen en ik sprong op de fiets. Ach, dat zal wel zo’n vaart niet lopen, dacht ik. Om zo’n container op te takelen en weg te rijden, daar is een vrachtwagen wel even mee bezig. En die zou vast pas de volgende dag komen. Nou, mooi niet. Ik kwam aan bij het huis en daar stond een volledig lege container. Kennelijk was dus in de tussentijd net de oude weggebracht en een nieuwe neergezet. Men was volop bezig bij het huis, dat van een architect bleek te zijn geweest.

Toen ik terug naar de winkel fietste, had ik toch wel even zo’n gevoel van: hè, balen! Achteraf denk je natuurlijk bij jezelf, was ik er maar meteen heen gegaan.
De kennis beschreef het in feite als een gave en complete set, al weet je nooit of dat ook zo was. Het waren er in elk geval veel en het heeft er alle schijn van dat ze zo uit de kast in de bak gekieperd zijn, terwijl de opruimers van het huis geen benul hebben gehad van de waarde. Ze zullen het wel voor oud papier hebben aangezien. Een enkele keer heb ik een nummer van Wendingen in mijn winkel gehad. Altijd weer goed verkocht. Het is een serie die veel heeft betekend voor de Nederlandse kunst en architectuur.
Veel beroemde en opkomende kunstenaars en architecten maakten er hun opwachting in. Namen als Jan Toorop, Hildo Krop, Jan Sluijters, Henk Berlage, John Rädecker komen

bij me op. En wat Wendingen zo geliefd maakte, waren ongetwijfeld de geweldige covers. Elke editie had een uniek ontwerp.


Toen de kennis later weer langsreed bij de winkel, hebben we er onder het genot van een kopje koffie nog wel even over kunnen lachen. “Zul je net zien”, verzuchtte hij. “Hoe is het mogelijk dat die container nét op dat moment meegenomen werd!” Ach ja. Het is gebeurd. Het idee dat zulke mooie tijdschriften zomaar weggegooid zijn, dat is wel het ergste. Misschien nog meer dan dat ik zelf mooie handelswaar ben misgelopen. Maar dat hoort nu eenmaal bij het vak en het leven!’

Wendingen, een legendarische serie
Veel bekende kunstenaars en architecten maakten hun opwachting in Wendingen.

Sommige nummers zijn helemaal aan één onderwerp gewijd en zijn zodoende echte collector’s items geworden. Zoals nummers 11 en 12 uit 1920, die geheel

gewijd zijn aan het ontwerp dat architect Berlage maakte voor het Gemeentemuseum in Den

Haag. Er komen nog veel losse nummers voor in de handel, maar een complete set is vrij

zeldzaam en kan zomaar 30.000 euro opbrengen. Laat staan dat u deze zomaar in een container ziet liggen…